DE NIZINNY
De pon oftewel herdershond van de Poolse laagvlakte is 1 van de 2 Poolse herders. Het heeft even geduurd voordat het ras werd erkend, op 5 oktober 1963 werd door de F.C.I. het ras officieel erkend. In 1973 werd het eerste nest in Nederland geboren. Land van oorsprong is Polen.
Rasstandaard:
Gebruik: makkelijk in omgang, van oorsprong herdershond, maar voldoet tegenwoordig prima als een goede gezelschapshond.
Algemeen voorkomen: De PON is een middelgrote hond, gespierd, en met een lange dichte vacht.
Belangrijke verhoudingen: de schouderhoogte verhoudt zich tot de lichaamslengte als 9 : 10. De lengte van de schedel en voorsnuit staat tot elkaar als 1:1, de voorsnuit mag iets korter
Gedrag en Karakter: levendig maar beheerst, hij is waakzaam, en intelligent, goed geheugen, zeer leergierig.
Hoofd: middelmatig van grootte, in verhouding, uitstaande haar op voorhoofd, de wangen en de kin doet het hoofd zwaarder lijken dan dat het werkelijk is.
Schedel:middelmatig breed, licht gewelfd,de voorhoofdgroeve en achterhoofdsknobbel zijn voelbaar.
Stop: duidelijk aangegeven
Neus: zo donker mogelijk m.b.t. kleur vacht( liefst mooi grote opvallende zwarte dop)
Snuit: krachtig stomp, rechte neusrug
Lippen: goed aangesloten, de randen dezelfde kleur als neus
Gebit: scharend of tang, krachtige kaken
Ogen middelgroot ovaal, hazelnootkleurig.
Oren: hangend, tamelijk hoog aangezet, middelmatig van grote, hartvormig, breed aan de basis.
Hals: middelmatig lang, sterk, gespierd.
Silhouet: eerder rechthoekig dan vierkant
Schoft: duidelijk waarneembaar
Rug: vlak, gespierd
Lendenen: breed en stevig
Croupe: kort licht aflopend
Borst: diep, matig breed,ribben voldoende gewelfd
Staart: Lang en vol haar in rust naar beneden, maar nooit in krul over rug.
Bij geboorte worden soms pups kort- of half lang staartig geboren.
Schouders: breed, matig lang, schuin,krachtig
Nagels kort en zo donker mogelijk
Spronggewricht: duidelijk waarneembaar
Gangwerk: soepel en uitgrijpend, en vloeiend
Huid : strak liggend, zonder plooi
Vacht: de hond is bedekt met een dichte, stugge, droge dikke vacht, de ondervacht is zacht.
Kleur: alle kleuren en aftekeningen zijn toegestaan
Hoogte: reuen 45-50cm, teven 42-47cm.
De hond moet het type werkhond behouden, robuust en stoer.